Monumenten

De monumenten die langs Kulturele Rûte Tsjûkemar te zien zijn

Op deze pagina vindt u een overzicht van de diverse ateliers welke u langs en in de omgeving van de kulturele rûte rondom de Tsjûkemar kunt vinden. Er zijn ateliers in Scharsterbrug, Sint Nicolaasga en Doniaga.

De melkfabriek in Delfstrahuizen

Vlak voor de eeuwwisseling van 1900 was de situatie in de contreien rondom de Tsjûkemar niet erg rooskleurig. De turfwinning had veel arbeiders aangetrokken, maar kreeg in die periode concurrentie van de steenkoolwinning. De armoede en werkloosheid waren groot en er heerste onrust. Veel arbeiders verruilden de turfwinning voor het boerenbedrijf. Er ontstond hoe langer hoe meer behoefte aan een coöperatieve zuivelfabriek. De gedachte van een coöperatie paste goed in de gedachtegang van de meeste boeren die vroeger arbeider waren geweest.

Restaurant De Tjongervallei in Delfstrahuizen

In november 1899 werd besloten tot de oprichting van coöperatie ‘De Eendracht’. De verwerking verliep voorspoedig en in 1904 werd toegetreden tot de Frico. Enige jaren later wordt in de fabriek ook kaas bereid. In 1914 ontstond een crisis in de coöperatie, verscheidene leden wilden een graanmalerij gaan stichten in de zuivelfabriek. Na stemming onder de boeren bleek de meerderheid toch op de oude wijze door te willen gaan.

In de oorlogsjaren liep de productie echter dramatisch terug. In periode van 1944 tot 1945 fungeerde de fabriek als gaarkeuken. Niet alleen de plaatselijke bevolking, maar ook talrijke Joodse en andere onderduikers konden meeprofiteren. Na de oorlog kreeg de fabriek zijn oorspronkelijke functie terug, tot aan de sluiting in 1965. Op 17 mei 1998 is in de oude melkfabriek ‘Hotel en restaurant De Tjongervallei’ geopend . De nieuwe eigenaren hebben de oude fabriek met veel liefde en respect voor de historie omgebouwd.

'Tsjûke en Marchje' in Echten

Heel lang geleden moet het meer gewoon een stuk land zijn geweest. Twee boerinnen waren klaar met het melken van de koeien. De ene boerin, Tsjûke, droeg een juk met twee emmers melk, en de ander, Marchje, liep zonder melk. Er was een brandje ontstaan, hoe is niet bekend. Marchje zei tegen Tsjûke: ‘Als je de melk op het vuur gooit, gaat het vuur uit.’ Maar Tsjûke wou haar melk niet kwijt raken. ‘Laat maar branden, het is ons land niet’ zei Tsjûke. Het vuur werd groter en waar het land uit veen bestond, kwamen grote gaten in het land welke later met water werden gevuld. Door stormen werden de gaten groter geslagen en zo is de Tsjûkemar ontstaan. Het beeld is te vinden bij het gemaal in Echten.

Monument Tsjûke en Marchje in Echten

'Het kind is er nog' in Echten

De dorpen Delfstrahuizen, Echtenerbrug, Echten en Oosterzee werden ook wel ‘Het Jeruzalem van het Noorden’ genoemd. In de oorlog vonden heel veel Joodse mensen hier een onderduikadres. Als blijk van waardering heeft Loek Groenteman, die als kind ondergedoken heeft gezeten in Echten, in april 2009 de bevolking een monument geschonken met de titel ‘Het kind is er nog’. De titel verwijst naar de Joodse school in Leeuwarden waarop staat: ‘Het kind is niet meer’. Van alle kinderen van deze school is niemand teruggekomen.

Monument Het kind is er nog in Echten

Loek Groenteman was 7 jaar toen de oorlog begon. Hij ging één jaar naar school en toen hij naar de tweede klas zou gaan moesten alle Joodse kinderen naar een speciale school. Hij is daar niet geweest, daar zijn moeder bang was dat van de ene op de andere dag alle Joodse kinderen opgehaald zouden worden. Zijn ouders besloten dat zij en hun zoontjes, Loek en Max moesten onderduiken. Loek is wel bij zes adressen ondergedoken geweest, maar steeds werd hij weggestuurd omdat hij veel te lastig was. ‘Ik begreep niet dat ik bij mijn ouders en mijn broertje wegmoest.’ Ten einde raad sturen ze hem met de veerboot ‘Jan Nieveen’ naar Friesland om daar te kunnen onderduiken.

Hij komt eerst in Oosterzee terecht. Toen de verrader en politieagent Sikke Wolters op het station in Heerenveen door het verzet werd geliquideerd vonden ze brieven waarin werd gesproken van twee Joodse kinderen die op de school in Oosterzee zaten. Men wist niet of hij dat al aan de Duitsers had overgebriefd. Een nieuw onderduikadres kreeg Loek in Echten bij een gezin aan de Middenvaart. Daar heeft hij een geweldige tijd gehad. Hij hoefde niet als bij vele andere adressen de hele dag binnen te blijven. Hij liep vrij rond, had vriendjes en kwam bij de boeren in de omgeving. Toen zijn vader, het hele gezin was gespaard gebleven, hem ophaalde en Loek hem zag, zei hij in het Fries: ‘Heit hoe giet it mei dij?’ Het antwoord was: ‘Spreek je moerstaal, jongen.’

De zuivelfabriek in Oosterzee

Meer dan honderd jaar heeft de fabriek met de schoorsteen het gezicht van Oosterzee en omgeving bepaald. Nu doet alleen de schoorsteen aan het Sluispad daar nog aan denken. In 1892 werd de Particuliere N. V. Stoomzuivelfabriek 'Lemsterland' in Oosterzee opgericht. Daar werd boter en kaas gemaakt. In de loop der jaren werd de fabriek uitgebreid en er werden hele straten met huizen om het fabrieksterrein heen gebouwd voor de arbeiders. De fabriek floreerde maar in plaats van het uitvoeren van de plannen om er een modern kaaspakhuis van te maken, kwam na de nodige stakingsacties het slechte nieuws dat de fabriek eind 1993 definitief dicht zou gaan. Zo kwam er een eind aan een industrie in het dorp waarin meerdere generaties hun brood hebben verdiend. Van de fabriek is alleen de karakteristieke schoorsteen overgebleven. Het is nu een historisch monument ter aandenking aan de vroegere historie.

De zuivelfabriek in Oosterzee

Het Roorda-monument in Oosterzee

Oosterzee is eeuwenlang de woonplaats van de grietmannen van Lemsterland geweest. Een grietman was een burgemeester met rechterlijke bevoegdheden. Het Roorda-monument herinnert aan een state die waarschijnlijk ooit op dezelfde plek als het monument heeft gestaan. De state werd gebouwd in opdracht van Frederik van Roorda, hij was grietman van 1641 tot 1665. De gevelsteen van de state is later verwerkt in een huis in Lemmer. In 1997 heeft de eigenaar van dat huis de gevelsteen teruggegeven aan het dorp Oosterzee. Op 29 mei 2013 is door de dorpsvereniging een koningsboom gepland bij het monument. Het monument is te vinden bij de afslag naar Oosterzee Buren.

Het Roorda-monument in Oosterzee

Het huis 'De Drie Kogels' in Follega

De drie kogels aan het uithangbord van het huis herinneren aan de slag bij Follega. In de Franse tijd landden Engelse troepen bij Lemmer, echter zonder resultaat. Een paar honderd meter voorbij de brug te Follega, links van de weg staat een groot en statig gebouw. ‘De Drie Kogels’ was vroeger de grootste van de drie drinkgelegenheden welke het kerkloze dorp in de loop der tijden heeft gekend. Langzamerhand zijn ze allen verdwenen.

Het huis 'De Drie Kogels' in Follega

Het is een bekend feit dat Friesland tussen 10 en 21 Februari 1795, door het optreden van het driemanschap Daem Fockema, Van Beyma en Joha, zonder al te veel opschudding ‘Bataafs’ werd. De destijdse patriotten overwonnen en de prinsgezinden, die er heus wel waren, hielden zich wijselijk op de achtergrond. Ruim vier jaar later kwam er voor de prinsgezinden nieuwe hoop. De Engelsen en Russen deden een inval in Noord-Holland en voeren over de Zuiderzee door naar Friesland om eind september 1799 bij Lemmer te landen. Wat dit alles met ‘De Drie Kogels’ heeft te maken? De ex-herberg dankt haar naam aan de schermutselingen die bij Follega uitgevoerd werden door een burgerwacht. Het huis ‘De Drie Kogels’ staat voor deze dag waarop geschiedenis is geschreven.

0 Clusters

0 Kunst-kisten

0 Kunstenaars

0 Kilometer